Knowledge is power’ (Bacon 1597) zou weleens de lijfspreuk kunnen zijn van veel museumconservatoren. De conservator is in de kern namelijk verantwoordelijk voor het uitvoeren en onderhouden van de intellectuele zorg voor de objecten binnen de museum collectie.
En niet zonder reden. De voorwerpen die wij als museumbezoeker bewonderen zijn vrijwel betekenisloos zonder het werk van de conservator. Zouden we weten waar Van Goghs inspiratie vandaan kwam zonder onderzoek naar zijn brieven? Hoe hadden we kunnen weten op welke manier Sitsstoffen en de bijbehorende techniek in Nederland terecht zijn gekomen?
Antwoorden op dergelijke vragen zijn van belang om het werk beter te begrijpen en om de historie van het werk te kunnen vastleggen met het oog op de toekomst. Kennis van de wereld vergroot je volgens Quiccheberg (1565) vooral door onderzoek. Objecten kunnen vergaan, maar kennis hoeft dat niet.
Ondersteuningsmiddel
Deze kerntaak van museumconservatoren komt echter in het gedrang door geld en tijdgebrek. Tegelijkertijd staat er een nieuwe generatie junior conservatoren en kunsthistorici te popelen om met de museale collecties van Nederland aan de slag te gaan. Maar voor hen zijn er, eveneens wegens een gebrek aan financiële middelen, nauwelijks junior posities beschikbaar. En voor de posities die er wel zijn, wordt minimaal een aantal jaren werkervaring verwacht.
Om een uitweg uit deze impasse te bieden heeft het Prins Bernhard Cultuurfonds (red. sinds 2023 bekend als het Cultuurfonds) sinds 2013 een ondersteuningsmiddel ontwikkeld speciaal voor conservatoren van kunstmusea om wetenschappelijk onderzoek door conservatoren te stimuleren en tegelijker tijd de volgende generatie op te leiden. Hoe zit dit ondersteuningsmiddel in elkaar en welke implicaties heeft dit in de praktijk?
Nieuwsgierig? Lees het hele onderzoek via de Boekman Stichting.


© Anouk Hasrat-Wittendorp